Praktijkonderwijs

Het onderwijs op De Schakel

Leerlingen op De Schakel wordt een ontwikkelingstraject binnen een zo levensecht mogelijke leeromgeving aangeboden, waarvan de duur kan variëren tussen de vier en zes jaar. Welk traject wordt gevolgd, is afhankelijk van leeftijd en ontwikkelings-mogelijkheden.
Bij het traject dat een leerling op De Schakel doorloop,t wordt uitgegaan van een ontwikkelingsmodel waarbij de leerling zich vanuit veel begeleiding, structuur en een veilige omgeving (eigen groep) kan ontwikkelen. Bij deze begeleiding wordt  langzaam afgebouwd tot een niveau dat zorgt voor een goede overgang en aansluiting op de arbeidsmarkt.

In het eerste leerjaar vindt het onderwijs voornamelijk binnen de school plaats om zo de veilige start te bewerkstelligen. Er wordt lesgegeven in alle vakken. Het accent ligt op de zelfredzaamheid van de leerling en de sociale vaardigheden (Leefstijl en Rots en Water) en het behouden en (waar mogelijk) vergroten van de basisvaardigheden Nederlands, rekenen en Engels.
De theorievakken worden zo veel mogelijk door de eigen mentoren gegeven. Tijdens de coachingsgesprekken wordt de leerling betrokken bij de ontwikkeling van zijn eigen vaardigheden en doelen. Er is nog veel begeleiding van de docenten.

In het tweede leerjaar vindt een overgang plaats naar meer groepsdoorbrekende momenten door middel van LOB en de interne stage:

  • Bedrijfsbezoeken 
  • LOB:
    - ontdekken van eigen identiteit
    - ontdekken van mogelijkheden en interesses
    - oriënteren op werk in het algemeen en beroepen in het bijzonder
  • Algemene arbeidsvaardigheden trainen (interne stage binnen een levensechte leeromgeving).
  • De praktijkvakken bieden modules aan waarbinnen vakvaardigheden worden aangeboden die voorbereidend zijn op stage of certificering. 
  • Voorbereiding op het assessment in het tweede leerjaar  
  • Minder veilige setting èn meer zelfstandigheid van leerlingen 
  • Aan het eind van het tweede leerjaar vindt een assessment plaats om te zien waar de leerling in zijn ontwikkeling staat en welke competenties nog verder ontwikkeld moeten worden.
  • Tijdens de coachingsgesprekken kijkt de leerling met zijn mentor naar de ontwikkeling van zijn eigen vaardigheden en stelt zijn doelen bij of vast. Ook wordt hier besproken of de leerling over voldoende vaardigheden beschikt om individueel stage te gaan lopen. 
  • Oriënteren op verschillende sectoren (aansluitend op de gemaakte AWIT test tijdens het assessment) in het eerste jaar dat de leerling extern mag stage lopen. Aan het eind van dit leerjaar wordt door de leerling, ouders en school gezamenlijk het definitieve uitstroomprofiel bepaald (ABC, resp. begeleid werken, zelfstandig werken, werken + leren ).

In het derde leerjaar starten de leerlingen met een groepsstage buiten de school onder begeleiding van een docent. Hier worden de competenties, die nog (verder) ontwikkeld moeten worden vanuit het assessment, geoefend. Waar mogelijk wordt de intensieve begeleiding langzamerhand afgebouwd.

Vanaf het vierde leerjaar gaan de leerlingen een vorm van individuele stage lopen in een gekozen uitstroomrichting en is het lesprogramma op school gericht op het uitstroomprofiel van de leerling.
Tijdens de coachingsgesprekken kijkt de leerling met zijn mentor naar de ontwikkeling van zijn eigen vaardigheden en stelt zijn doelen bij of vast. De toekomstverwachting wordt besproken en welke competenties daarvoor nog (verder) ontwikkeld moeten worden. De Schakel leidt op in sectoren waar voldoende kansen zijn op de arbeidsmarkt. De mentor is waar mogelijk stagebegeleider en docent bij de theorie die noodzakelijk is om in de gekozen richting uit te stromen met een bijbehorend branchecertificaat.
In deze laatste fase wordt de begeleiding afgebouwd en verlaat de leerling geleidelijk steeds meer de veilige omgeving van de school, zodat de overstap naar zelfstandig werken en wonen zo klein mogelijk wordt.